Een verkennend bodemonderzoek is een onderzoek naar de milieukundige gesteldheid van de bodem.

Aanleidingen kunnen zijn:

  • een aanvraag van een omgevingsvergunning (bouwvergunning)
  • aanleg van en onderhoud aan kabels- en leidingen
  • het verwijderen van een ondergrondse olietank
  • een vermoeden van bodemverontreiniging door activiteiten, die hebben plaatsgevonden op de locatie, zoals voormalige aanwezigheid van tankstation, autogarage, stortplaats of (chemische) wasserij
  • bouwrijp maken van de bodem of de (ver)koop van een perceel

Het uitvoeren van een bodemonderzoek bestaat uit de volgende stappen:

Bij het vooronderzoek worden gegevens verzameld over de locatie. Naar aanleiding daarvan wordt vastgesteld of een locatie verdacht of onverdacht is van bodemverontreiniging. Vervolgens wordt een onderzoeksplan opgesteld. Daar in staat hoeveel boringen en eventueel peilbuizen, er nodig zijn en op welke plekken. De peilbuizen zijn nodig voor het nemen van grondwatermonsters.

Bij het vooronderzoek wordt vastgesteld of er gegevens over de locatie bekend zijn waaruit blijkt dat de bodem verontreinigd kan zijn. Dit resulteert in een verdachte of onverdachte locatie. Naar aanleiding daarvan wordt een boorplan opgesteld.

Een gecertificeerde (BRL2000) monsternemer voert op de locatie het veldonderzoek conform het onderzoeksplan uit. Dat wil zeggen dat de monsternemer de boringen zet, eventuele peilbuizen plaatst en de grond bemonstert. De grondwatermonsters worden een week na het plaatsen van de peilbuizen genomen.

De grond en/of watermonsters worden door een onafhankelijk extern laboratorium, geanalyseerd.

De milieukundig adviseur verwerkt de resultaten van het veldonderzoek en de analyses van de grond en/of grondwatermonsters in een rapportage .

Duur van het bodemonderzoek, van aanvraag tot rapportage is gemiddeld  3 à 4  weken.

Wilt u de onderstaande velden, indien bekend, invullen.
Met * gemarkeerd zijn verplichte velden.
OFFERTE AANVRAAG
Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Partijkeuringen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen komt vaak overtollige grond vrij die op een andere locatie kan worden hergebruikt. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit is men verplicht de vrijgekomen grond te toetsen op de milieuhygiënische kwaliteit, voordat de grond elders mag worden toegepast. Deze toetsing wordt een partijkeuring genoemd en kan worden verricht voor grond die in depot ligt of nog moet worden ontgraven. 

Een partijkeuring begint met een historisch vooronderzoek. Waar heeft de grond gelegen, is er sprake van verschillende soorten grond, of verschillende kwaliteit? Vaak is er al een bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie waar de grond ontgraven wordt. In dit rapport staat meestal de benodigde informatie. 

Nu is het tijd om de partij daadwerkelijk in het veld te keuren. Per partij moeten er 100 grepen genomen worden uit een halve meter. Als er een meter afgegraven gaat worden moeten we dus per partij 50 gaten boren van 2 keer een halve meter. Hiervan worden terplekke 2 mengmonsters samengesteld. Beide monsters moeten worden geanalyseerd en met elkaar worden vergeleken. Het is een behoorlijk intensief onderzoek. 
De monsters worden in emmers verpakt en gekoeld naar een extern laboratorium verstuurd. Het laboratorium verricht de analyses en verstuurt deze vervolgens naar de projectleider. 

De resultaten van het onderzoek worden verwerk in een rapportage. 

Duur van de partijkeuring, van aanvraag tot rapportage is 3 weken. 

Wilt u de onderstaande velden, indien bekend, invullen.
Met * gemarkeerd zijn verplichte velden.
OFFERTE AANVRAAG
Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Milieukundige begeleiding

Bij bodemsaneringen moet, tijdens grondverzet van  (sterk) verontreinigde grond, een milieukundige begeleider aanwezig te zijn. De milieukundige begeleider houdt toezicht op de werkzaamheden, geeft ontgravingsgrenzen aan, neemt indien noodzakelijk grondmonsters en houdt een logboek bij.

Onze milieukundige begeleiders, beschikken over een ruime ervaring met bodemsaneringsprojecten en zijn BRL 6001 gecertificeerd. Zij worden door onze ervaren milieukundige adviseurs ondersteund bij de voorbereiding en tijdens de uitvoering en afronding van de bodemsanering.

Door deze samenwerking kunnen wij u geheel ontzorgen. Of het nu gaat om het opstellen van een saneringsplan, het doen van een BUS-melding, het nemen van grondmonsters, of het opstellen van het evaluatierapport. Wij begeleiden uw bodemsanering van het begin tot het eind.

Wilt u de onderstaande velden, indien bekend, invullen.
Met * gemarkeerd zijn verplichte velden.
OFFERTE AANVRAAG
Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Waterbodemonderzoek

Een waterbodemonderzoek naar de kwaliteit van het te baggeren of te ontgraven materiaal is vaak noodzakelijk. De informatie is nodig om te kunnen bepalen, welke vergunning of melding noodzakelijk zijn.

Waterbodemonderzoek is nodig bij:

  • Baggerwerkzaamheden
  • Dempen van watergangen
  • Vervangen van beschoeiing of kademuren

Hier wordt eerst onderzocht of er gegevens over de onderzoek locatie bekend zijn waaruit blijkt dat de waterbodem verontreinigd is.  Het type waterbodem, lijnvormig of vijver, is van belang voor de onderzoeksopzet. Verder zijn er nog aparte onderzoeksstrategieën voor jachthavens, zandwinning, kribvakken of stranden.  Naar aanleiding daarvan wordt een boorplan opgesteld.

Dit onderzoek vindt plaats in de bodem onder water. Als het mogelijk is doen we dit vanaf de walkant, eventueel met een waad pak. Voor breder water maken we gebruik van onze boot. Eerst wordt de waterdiepte en de slibdiepte bepaald. Dan wordt met een zuigerstang het slib en de ondergrond bemonsterd. 
De waterbodemmonsters worden door een extern laboratorium geanalyseerd en naar de projectleider verzonden.

De resultaten van het bodemonderzoek worden in een (brief)rapport beschreven. De doorlooptijd van het gehele onderzoek is maximaal twee weken na monstername van de grond. De monstername van de grond kan veelal binnen 1 week na opdracht worden ingepland.

Wilt u de onderstaande velden, indien bekend, invullen.
Met * gemarkeerd zijn verplichte velden.
OFFERTE AANVRAAG
Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Asfaltonderzoek

Voor de afvoer van asfalt is de CROW publicatie 210, richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, van kracht. Deze richtlijn regelt de voorwaarden voor het afvoeren en/of hergebruiken van asfalt dat vrijkomt bij bijvoorbeeld freeswerkzaamheden.
Voorafgaand aan freeswerkzaamheden is het verplicht om het asfalt te onderzoeken op PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen). In de volksmond wordt dit teer genoemd. Asfalt wat teer bevat is schadelijk en komt vooral vrij bij het frezen en bewerken van ‘teerhoudend asfalt’. Dit is met name aangelegd voor 1995. 
Hoe wordt asfaltonderzoek uitgevoerd? 

De te verwijderen asfaltlaag wordt visueel beoordeeld. Reparatievakken en/of opstelplaatsen voor bijvoorbeeld bussen moeten apart worden onderzocht. Vervolgens wordt per 500 m2 te verwijderen asfalt een boring geplaatst. Veelal wordt de onderliggende wegfundering ook bemonsterd en geanalyseerd om te bepalen of het materiaal kan worden hergebruikt. De boorkernen worden in het laboratorium beschreven en ingespoten met een PAK-marker. Als er veel PAK in het asfalt aanwezig is zal de PAK-marker oplichten. Als dat het geval is kan worden aangenomen dat er meer dan 250 mg/kg ds PAK aanwezig is. De hergebruikswaarde voor PAK in asfalt is 75 mg/kg. 

Als de PAK-marker niet oplicht is er minder dan 250 mg/kg aan PAK in het asfalt aanwezig. Er zal aanvullend onderzoek moeten worden verricht (DLC, HPLC of GC-MS) om vast te stellen of het PAK gehalte inderdaad onder de 75 mg/kg ligt.

Wilt u de onderstaande velden, indien bekend, invullen.
Met * gemarkeerd zijn verplichte velden.
OFFERTE AANVRAAG
Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Asbest in grond

Asbestonderzoek 

Asbest is in het verleden in allerlei producten toegepast. Sinds 1 juli 1993 is het verboden om asbest of producten die asbestvezels bevatten te verhandelen, toe te passen of te verwerken. Indien op een locatie puin wordt aangetroffen is de locatie asbestverdacht. 

Een asbestonderzoek start met een vooronderzoek. Tijdens het vooronderzoek wordt vastgesteld of de locatie asbestverdacht is.  

Als de locatie als asbestverdacht wordt aangemerkt is een onderzoek conform de NEN 5707 noodzakelijk. Eerst wordt een maaiveldinspectie uitgevoerd, vervolgens worden inspectiegaten van 30 x 30 cm gegraven tot een diepte van 50 cm. Alle grond uit een inspectiegat wordt gezeefd, beoordeeld en in monsteremmers gedaan. Vervolgens wordt in het laboratorium met behulp van microscopen beoordeeld hoeveel asbest in de grond aanwezig is.

Als het gehalte aan asbest hoger is dan 100 mg/kg (gewogen gemiddelde), dan is de grond verontreinigd met asbest. Ligt het asbestgehalte onder de 100 mg/kg is de grond niet met asbest verontreinigd.   

Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Quickscans

Voorafgaand aan het werken in de bodem is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de veiligheids- en gezondheidsaspecten van deze werkzaamheden. Met name bij werkzaamheden aan kabel- en leidingen is het noodzakelijk om vooraf informatie met betrekking tot aanwezige bodemverontreinigingen in kaart te (laten) brengen. Een werkgever is immers verplicht om zijn of haar werknemers te beschermen.

Een quickscan wordt uitgevoerd volgens de CROW400 (‘werken in en met verontreinigde bodem’). Tijdens een quick scan worden de volgende bronnen geraadpleegd:

Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van het gebied;

Digitaal beschikbare gegevens met betrekking tot bodemverontreiniging;

Inventariseren van eventuele puntbronnen;

Inventariseren van voorgaand en huidig gebruik van de locatie.        

Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.

Overig

Flora en fauna.

Archeologisch.

Wij nemen uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling.